Taalniveautoets Nederlands
Welk woord past NIET?
    appel
    banaan
    haring
    mandarijn
 
Nederlanders eten vaak haring. Ik vind haring ..................
    vies
    oud
    koud
    lelijk
 
Wat hoort bij arts?
    medicijnen
    brood
    tomaten
    kip
 
Ik moet een broodje.....
    eten
    bellen
    gaan
 
Hallo, mijn naam is ....
    uit Duitsland.
    aan de universiteit.
    Angela de Bruin
 
We kunnen dit huis .... voor 850 euro per maand.
    kopen
    huren
    prachtig
 
Kies het juiste woord
Voorbeeld: De SNELSTE auto. (snel)
  hard  
Jullie praten dan de buren.
  leuk  
Ik vind Piet de van mijn collega's.
  duur  
Wie heeft het horloge?
  goed  
Mijn broer is in Nederlands dan ik.
  veel  
Ik heb boeken dan c.d.'s.
Welke zin is correct?
Wat doen jullie morgen?
    Morgen we bij het appartement blijven.
    Morgen we blijven bij het appartement.
    Morgen blijven we bij het appartement.
 
Wat heb je vanochtend gegeten?
    Ik heb gegeten vanochtend heerlijke croissants.
    Ik vanochtend heerlijke croissants heb gegeten.
    Ik gegeten heb vanochtend heerlijke croissants.
    Ik heb vanochtend heerlijke croissants gegeten.
 
Kies de goede structuur.
    De kinderen van Jan zij zijn.
    Zij zijn de kinderen van Jan.
    Zij de kinderen van Jan zijn.
 
Kies de goede structuur.
    In Rotterdam Marc studeert?
    Studeert Marc in Rotterdam?
    Studeert in Rotterdam Marc?
 
.................. jullie een mooie film gezien?
    Worden
    Hebben
    Zijn
 
...... je een huis gekocht?
    Heb
    Koop
    Ben
 
.................. je naar Amerika gegaan?
    Word
    Ben
    Kun
 
...... jullie naar de film geweest?
    Zijn
    Worden
    Hebben
 
.................. je een cadeau gehad?
    Word
    Heb
    Is
 
Kies het juiste hulpwerkwoord.
U kunt kiezen uit: heb - mag - kunt - wil
ik iets vragen?
je een broodje voor mij?
Wat je vanavond eten?
u me zeggen waar het station is?
je iets voor me doen?