Taalniveautoets Nederlands
Heb je .......? Of wil je niets drinken?
    zin in
    trek
    dorst
    moe
 
Mag ik van u de ..................?
    tafelkleed
    menukaart
    niet saus
    geen thee
 
Welk woord past NIET?
    kip
    vis
    rund
    appel
 
Wat past het beste bij slager?
    kranten
    brood
    taart
    vlees
 
11.35. Het is
    vijf over half twaalf.
    tien voor half twaalf.
    kwart voor twaalf.
    bijna half twaalf.
 
Wat hoort bij groenteboer?
    school
    trein
    komkommer
    paard
 
Kies de juiste vraag bij het antwoord.
U kunt kiezen uit: b. Welke kleur jas zoekt u? - a. Welke broekmaat heeft u, mevrouw? - e. Wilt u een klantenkaart van ons? - c. Wilt u deze laarzen even passen? - d. Hoe wilt u betalen?
Ik heb maat 42.
Ik zoek een zwarte jas.
Ja, waar kan ik gaan zitten?
Graag met creditcard, als dat kan.
Nee, ik heb er al een van uw winkel.
Welke zin is correct?
Waarom hebben jullie buikpijn?
    We hebben gegeten vandaag te veel.
    We hebben vandaag te veel gegeten.
    We gegeten hebben vandaag te veel.
    We vandaag te veel gegeten hebben.
 
Kies de goede structuur.
    In Rotterdam Marc studeert?
    Studeert Marc in Rotterdam?
    Studeert in Rotterdam Marc?
 
Kies de goede structuur.
    Sarah komt uit Groningen.
    Sarah uit Groningen komt.
    Uit Groningen Sarah komt.
 
Kies de goede structuur.
    De kinderen van Jan zij zijn.
    Zij zijn de kinderen van Jan.
    Zij de kinderen van Jan zijn.
 
.................. je een cadeau gehad?
    Word
    Heb
    Is
 
Wij ...... een broodje kaas gegeten.
    mogen
    kunnen
    hebben
 
.................. je naar Amerika gegaan?
    Word
    Ben
    Kun
 
...... jullie naar de film geweest?
    Zijn
    Worden
    Hebben
 
...... je een huis gekocht?
    Heb
    Koop
    Ben
 
Kies het juiste hulpwerkwoord.
U kunt kiezen uit: geef - kunnen - mag - mogen - zullen
ik een kilo kaas?
jullie dat even doen?
we het dagmenu nemen?
Ik je de hamburger.
Jij hier niet naar binnen!