Taalniveautoets Nederlands
Welk woord past NIET?
    bon
    rijst
    kassa
    verkoopster
 
Mag ik een .................. bestellen?
    borden
    fles wijn
    lekker
    vorken
 
Mag ik van u de ..................?
    tafelkleed
    menukaart
    niet saus
    geen thee
 
Wat past het beste bij nagerecht?
    soep
    boterham
    ijs
 
We kunnen dit huis .... voor 850 euro per maand.
    kopen
    huren
    prachtig
 
Wat past het beste bij taart?
    zus
    slagroom
    groente
 
Kies de juiste vraag bij het antwoord.
U kunt kiezen uit: b. Welke kleur jas zoekt u? - a. Welke broekmaat heeft u, mevrouw? - e. Wilt u een klantenkaart van ons? - c. Wilt u deze laarzen even passen? - d. Hoe wilt u betalen?
Ik heb maat 42.
Ik zoek een zwarte jas.
Ja, waar kan ik gaan zitten?
Graag met creditcard, als dat kan.
Nee, ik heb er al een van uw winkel.
Welke zin is correct?
Kies de goede structuur.
    In Rotterdam Marc studeert?
    Studeert Marc in Rotterdam?
    Studeert in Rotterdam Marc?
 
Kies de goede structuur.
    Woon jij ook in Amsterdam?
    Jij woont in Amsterdam ook?
    Woon in Amsterdam ook jij?
 
Kies de goede zin.
    Vanavond ik ga naar mijn vriend.
    Vanavond ga ik naar mijn vriend.
    Vanavond ik naar mijn vriend ga.
 
Wat doen jullie morgen?
    Morgen we bij het appartement blijven.
    Morgen we blijven bij het appartement.
    Morgen blijven we bij het appartement.
 
.................. jullie een mooie film gezien?
    Worden
    Hebben
    Zijn
 
...... je een huis gekocht?
    Heb
    Koop
    Ben
 
...... jullie naar de film geweest?
    Zijn
    Worden
    Hebben
 
.................. je een cadeau gehad?
    Word
    Heb
    Is
 
.................. je naar Amerika gegaan?
    Word
    Ben
    Kun
 
Kies het juiste hulpwerkwoord.
U kunt kiezen uit: Wil - Willen - Zal - Zullen
je iets drinken?
we iets bestellen?
ik kaartjes bestellen?
jullie een fles wijn?
we naar de film gaan?