Taalniveautoets Nederlands
Kies het juiste werkwoord.
Het lijkt me verstandig niet op deze opmerking ....
    na te gaan
    onder te gaan
    in te gaan
 
De pijn gaat wel over; je moet je niet zo ...
    uitstellen
    opstellen
    aanstellen
 
Ik heb niets van de regen gemerkt. Het is me helemaal ....
    ingegaan
    ontgaan
    nagegaan
 
Nee! Dat meen je niet. Dat kun je me niet ....
    afdoen
    opdoen
    aandoen
 
Onder geen enkele voorwaarde wil hij zijn gereserveerde plaats ...
    afstaan
    aanstaan
    instaan
 
Deze maatregelen worden genomen ... de toekomst.
    met het oog op
    met behulp van
    door middel van
 
Er waren nog wat drankjes over van de receptie. ... hadden we nog een erg gezellige afterparty.
    daartoe
    zodoende
    uit dit oogpunt beschouwd
 
De vrouw kon het slechte bericht niet ...
    overwerken
    tegenwerken
    verwerken
 
Ik heb een hekel aan dat domme geklets van hem. Ik kan dat niet ....
    toestaan
    uitstaan
    instaan
 
Chris moet voor zijn zieke kinderen zorgen. .... hij niet bij de vergadering kan zijn.
    Dit bewijst dat
    Vandaar dat
    Je kunt niet ontkennen dat
 
De vluchtelingen werden tijdelijk in een sporthal ...
    uitgebracht
    opgebracht
    ondergebracht
 
Het slachtoffer is op akelige wijze ...
    uitgebracht
    opgebracht
    omgebracht