Taalniveautoets Nederlands
Kies het juiste werkwoord.
iets op je geweten hebben
    je snel schuldig voelen
    je gemakkelijk dingen herinneren
    iets misdaan hebben
 
Deze maatregelen worden genomen ... de toekomst.
    met het oog op
    met behulp van
    door middel van
 
Het lijkt me verstandig niet op deze opmerking ....
    na te gaan
    onder te gaan
    in te gaan
 
De vluchtelingen werden tijdelijk in een sporthal ...
    uitgebracht
    opgebracht
    ondergebracht
 
Het slachtoffer is op akelige wijze ...
    uitgebracht
    opgebracht
    omgebracht
 
De pijn gaat wel over; je moet je niet zo ...
    uitstellen
    opstellen
    aanstellen
 
Chris moet voor zijn zieke kinderen zorgen. .... hij niet bij de vergadering kan zijn.
    Dit bewijst dat
    Vandaar dat
    Je kunt niet ontkennen dat
 
ergens mee in je maag zitten
    iets als een probleem zien
    te veel gegeten hebben
    verliefd zijn
 
De radio stond helemaal verkeerd ....; geen wonder dat er geen geluid uitkwam.
    afgesteld
    voorgesteld
    uitgesteld
 
De vrouw kon het slechte bericht niet ...
    overwerken
    tegenwerken
    verwerken
 
iets uit je duim zuigen
    geen honger hebben
    heel blij zijn
    iets verzinnen
 
Ik wil in het buitenland veel ervaring ....
    opdoen
    omdoen
    overdoen