Taalniveautoets Nederlands
Kies het juiste werkwoord.
Vergeet niet je sjaal ..... Het is koud buiten.
    op te doen
    om te doen
    over te doen
 
ergens mee in je maag zitten
    iets als een probleem zien
    te veel gegeten hebben
    verliefd zijn
 
De pijn gaat wel over; je moet je niet zo ...
    uitstellen
    opstellen
    aanstellen
 
De radio stond helemaal verkeerd ....; geen wonder dat er geen geluid uitkwam.
    afgesteld
    voorgesteld
    uitgesteld
 
iets op je geweten hebben
    je snel schuldig voelen
    je gemakkelijk dingen herinneren
    iets misdaan hebben
 
Deze maatregelen worden genomen ... de toekomst.
    met het oog op
    met behulp van
    door middel van
 
Ik heb u nu alle voor- en nadelen van een nieuwe parkeerplaats genoemd. .... de voordelen opwegen tegen de nadelen.
    Dit verklaart waarom
    Het gevolg is dat
    De conclusie is dat
 
Ik was zo verbouwereerd, ik kon geen woord meer ....
    inbrengen
    ombrengen
    uitbrengen
 
De vrouw kon het slechte bericht niet ...
    overwerken
    tegenwerken
    verwerken
 
Het lijkt me verstandig niet op deze opmerking ....
    na te gaan
    onder te gaan
    in te gaan
 
Ik wil in het buitenland veel ervaring ....
    opdoen
    omdoen
    overdoen
 
Chris moet voor zijn zieke kinderen zorgen. .... hij niet bij de vergadering kan zijn.
    Dit bewijst dat
    Vandaar dat
    Je kunt niet ontkennen dat