Taalniveautoets Nederlands
We dachten daarbij ......... een huis uit het begin van de vorige eeuw.
    in
    aan
    naar
    uit
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Zal je bellen ik zodra ik iets weet.
    Ik je zal bellen zodra ik iets weet.
    Ik zal je bellen zodra ik iets weet.
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Vergeleken met gisteren het is nu warm weer.
    Vergeleken met gisteren is het nu warm weer.
    Vergeleken met gisteren is nu het warm weer.
 
Wij ...... gisteren naar Amsterdam geweest.
    hebben
    zijn
    hadden
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Sinds heeft ze lenzen, ziet ze beter.
    Sinds heeft ze lenzen, ze ziet beter.
    Sinds ze lenzen heeft, ziet ze beter.
 
Het is niet meer mogelijk om aan deze cursus
    te deelnemen
    deel te nemen
    deelnemen
 
Ik ........ naar Nice gereden met de motor.
    heb
    ben
    bent
 
Vorig jaar ..... we een keer naar Parijs gegaan.
    hebben
    zijn
 
Welke zin is correct?
    Voor sommige dieren blijkt erg belangrijk een winterslaap te zijn.
    Voor sommige dieren een winterslaap blijkt erg belangrijk te zijn.
    Voor sommige dieren een winterslaap blijkt te zijn erg belangrijk.
    Voor sommige dieren blijkt een winterslaap erg belangrijk te zijn.
 
Hij begint...
    om te schreeuwen
    schreeuwen
    te schreeuwen
 
Wij ..... niet lang gefietst.
    hebben
    zijn
    waren