Taalniveautoets Nederlands
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Sinds heeft ze lenzen, ziet ze beter.
    Sinds heeft ze lenzen, ze ziet beter.
    Sinds ze lenzen heeft, ziet ze beter.
 
Ik kan je morgen....
    bel
    bellen
    te bellen
 
... de toekomst wil ik in Amerika gaan wonen.
    in
    bij
    voor
    met
 
Wij ...... gisteren naar Amsterdam geweest.
    hebben
    zijn
    hadden
 
Vorig jaar ..... we een keer naar Parijs gegaan.
    hebben
    zijn
 
Hoe laat ....... hij naar het Vondelpark gegaan?
    hebt
    heeft
    is
 
Wanneer ...... jij met de trein naar huis gegaan?
    heb
    bent
    ben
 
Het is niet meer mogelijk om aan deze cursus
    te deelnemen
    deel te nemen
    deelnemen
 
Een vriend van ons had toevallig zo'n huis .... koop gezien.
    te
    voor
    in
    naar
 
Welke zin is goed? Ik heb mijn vakantie in Frankrijk
    doorgebracht
    doorbracht
    bracht door
 
Ik vind het netjes dat je je aan de buurvrouw
    voorstelt
    stelt voor
    voorstellen