Taalniveautoets Nederlands
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Vergeleken met gisteren het is nu warm weer.
    Vergeleken met gisteren is het nu warm weer.
    Vergeleken met gisteren is nu het warm weer.
 
Wij ...... gisteren naar Amsterdam geweest.
    hebben
    zijn
    hadden
 
Hoe laat ....... hij naar het Vondelpark gegaan?
    hebt
    heeft
    is
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Zolang we in Amsterdam wonen, hebben we geen auto nodig.
    Zolang in Amsterdam we wonen, hebben we geen auto nodig.
    Zolang we in Amsterdam wonen, we hebben geen auto nodig.
 
Welke zin is correct?
    Voor sommige dieren blijkt erg belangrijk een winterslaap te zijn.
    Voor sommige dieren een winterslaap blijkt erg belangrijk te zijn.
    Voor sommige dieren een winterslaap blijkt te zijn erg belangrijk.
    Voor sommige dieren blijkt een winterslaap erg belangrijk te zijn.
 
Ik kan je morgen....
    bel
    bellen
    te bellen
 
Vorig jaar ..... we een keer naar Parijs gegaan.
    hebben
    zijn
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Zal je bellen ik zodra ik iets weet.
    Ik je zal bellen zodra ik iets weet.
    Ik zal je bellen zodra ik iets weet.
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Terwijl ik de afwas doe, mijn vriend zet koffie.
    Terwijl de afwas ik doe, mijn vriend zet koffie.
    Terwijl ik de afwas doe, zet mijn vriend koffie.
 
We waren al jaren op zoek ........... ons droomhuis.
    naar
    van
    tot
    aan
 
Ze zit de krant....
    lezen
    te lezen
    om te lezen