Taalniveautoets Nederlands
Het is niet meer mogelijk om aan deze cursus
    te deelnemen
    deel te nemen
    deelnemen
 
Wanneer ...... jij met de trein naar huis gegaan?
    heb
    bent
    ben
 
... de toekomst wil ik in Amerika gaan wonen.
    in
    bij
    voor
    met
 
Ik kan je morgen....
    bel
    bellen
    te bellen
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Zal je bellen ik zodra ik iets weet.
    Ik je zal bellen zodra ik iets weet.
    Ik zal je bellen zodra ik iets weet.
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Vergeleken met gisteren het is nu warm weer.
    Vergeleken met gisteren is het nu warm weer.
    Vergeleken met gisteren is nu het warm weer.
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Sinds heeft ze lenzen, ziet ze beter.
    Sinds heeft ze lenzen, ze ziet beter.
    Sinds ze lenzen heeft, ziet ze beter.
 
Welke zin is correct?
    Voor sommige dieren blijkt erg belangrijk een winterslaap te zijn.
    Voor sommige dieren een winterslaap blijkt erg belangrijk te zijn.
    Voor sommige dieren een winterslaap blijkt te zijn erg belangrijk.
    Voor sommige dieren blijkt een winterslaap erg belangrijk te zijn.
 
......... de omgeving van Amsterdam vind je pitoreske dorpen.
    naast
    naar
    om
    in
 
Welke zin is goed? Ik heb mijn vakantie in Frankrijk
    doorgebracht
    doorbracht
    bracht door
 
Hij begint...
    om te schreeuwen
    schreeuwen
    te schreeuwen