Taalniveautoets Nederlands
Wij ..... niet lang gefietst.
    hebben
    zijn
    waren
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Zolang we in Amsterdam wonen, hebben we geen auto nodig.
    Zolang in Amsterdam we wonen, hebben we geen auto nodig.
    Zolang we in Amsterdam wonen, we hebben geen auto nodig.
 
Ik vind het netjes dat je je aan de buurvrouw
    voorstelt
    stelt voor
    voorstellen
 
Ik kan je morgen....
    bel
    bellen
    te bellen
 
Wij ...... gisteren naar Amsterdam geweest.
    hebben
    zijn
    hadden
 
Vorig jaar ..... we een keer naar Parijs gegaan.
    hebben
    zijn
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Terwijl ik de afwas doe, mijn vriend zet koffie.
    Terwijl de afwas ik doe, mijn vriend zet koffie.
    Terwijl ik de afwas doe, zet mijn vriend koffie.
 
Deze twee espresso-apparaten zien er weliswaar bijna hetzelfde uit, maar ze .... behoorlijk in werking.
    onderhouden
    herkennen
    verschillen
 
... de toekomst wil ik in Amerika gaan wonen.
    in
    bij
    voor
    met
 
We dachten daarbij ......... een huis uit het begin van de vorige eeuw.
    in
    aan
    naar
    uit
 
......... de omgeving van Amsterdam vind je pitoreske dorpen.
    naast
    naar
    om
    in