Level Assessment Test Nederlands
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Sinds heeft ze lenzen, ziet ze beter.
    Sinds heeft ze lenzen, ze ziet beter.
    Sinds ze lenzen heeft, ziet ze beter.
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Vergeleken met gisteren het is nu warm weer.
    Vergeleken met gisteren is het nu warm weer.
    Vergeleken met gisteren is nu het warm weer.
 
Een vriend van ons had toevallig zo'n huis .... koop gezien.
    te
    voor
    in
    naar
 
Wanneer ...... jij met de trein naar huis gegaan?
    heb
    bent
    ben
 
Is dat de vrouw ...... je vaak belt?
    dat
    die
    haar
    Ik weet het niet.
 
Wij ...... gisteren naar Amsterdam geweest.
    hebben
    zijn
    hadden
 
Hij begint...
    om te schreeuwen
    schreeuwen
    te schreeuwen
 
Ik kan je morgen....
    bel
    bellen
    te bellen
 
Ik vind het netjes dat je je aan de buurvrouw
    voorstelt
    stelt voor
    voorstellen
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Zal je bellen ik zodra ik iets weet.
    Ik je zal bellen zodra ik iets weet.
    Ik zal je bellen zodra ik iets weet.
 
Ze zit de krant....
    lezen
    te lezen
    om te lezen