Taalniveautoets Nederlands
Wat hoort bij docent?
    huizen
    brood
    school
    telefoon
 
We hebben een heerlijke vakantie in ....
    spoor
    Spanje
    werk
 
Wat hoort bij bakker?
    medicijnen
    brood
    kip
    tomaten
 
Ik vroeg een tosti met ham maar zonder ...................
    tosti
    brood
    beleg
    kaas
 
Heb je .......? Of wil je niets drinken?
    zin in
    trek
    dorst
    moe
 
Ik moet een broodje.....
    eten
    bellen
    gaan
 
Kies het juiste woord
Voorbeeld: De SNELSTE auto. (snel)
  hard  
Jullie praten dan de buren.
  leuk  
Ik vind Piet de van mijn collega's.
  duur  
Wie heeft het horloge?
  goed  
Mijn broer is in Nederlands dan ik.
  veel  
Ik heb boeken dan c.d.'s.
Welke zin is correct?
Waar gaan jullie vandaag heen?
    Vandaag gaan we naar het strand.
    Vandaag we gaan naar het strand.
    Vandaag we naar het strand gaan.
 
Kies de goede structuur.
    Sarah komt uit Groningen.
    Sarah uit Groningen komt.
    Uit Groningen Sarah komt.
 
Kies de goede structuur.
    De kinderen van Jan zij zijn.
    Zij zijn de kinderen van Jan.
    Zij de kinderen van Jan zijn.
 
Kies de goede structuur.
    Wij een dochter en een zoon hebben.
    Hebben wij een dochter en een zoon.
    Wij hebben een dochter en een zoon.
 
.................. je een cadeau gehad?
    Word
    Heb
    Is
 
...... jullie naar de film geweest?
    Zijn
    Worden
    Hebben
 
.................. je naar Amerika gegaan?
    Word
    Ben
    Kun
 
.................. jullie een mooie film gezien?
    Worden
    Hebben
    Zijn
 
Wij ...... een broodje kaas gegeten.
    mogen
    kunnen
    hebben
 
Kies het juiste adjectief.
Voorbeeld: Dit huis is erg OUD.
Een groot huis in het centrum is erg .
Dit is een ring, ik kan hem niet betalen.
Het antwoord op de vraag is , je bent geslaagd!
Hoeveel antwoorden weet jij?
Deze auto rijdt , hij rijdt 230 kilometer per uur.