Taalniveautoets Nederlands
Welk woord past NIET?
    kilo
    eeuw
    gram
    ons
 
We kunnen dit huis .... voor 850 euro per maand.
    kopen
    huren
    prachtig
 
Welk woord past NIET?
    snoep
    melk
    kaas
    yoghurt
 
Nederlanders eten vaak haring. Ik vind haring ..................
    vies
    oud
    koud
    lelijk
 
Ik moet een broodje.....
    eten
    bellen
    gaan
 
18.45. Het is
    kwart over half zeven.
    kwart over zeven.
    kwart voor zeven.
    kwart voor zes.
 
Kies het juiste woord
Voorbeeld: De SNELSTE auto. (snel)
  hard  
Jullie praten dan de buren.
  leuk  
Ik vind Piet de van mijn collega's.
  duur  
Wie heeft het horloge?
  goed  
Mijn broer is in Nederlands dan ik.
  veel  
Ik heb boeken dan c.d.'s.
Welke zin is correct?
Wat hebben jullie gisteren bekeken?
    We hebben gisteren Delphi bekeken.
    We hebben bekeken gisteren Delphi.
    We bekeken hebben gisteren Delphi.
    We gisteren Delphi bekeken hebben.
 
Wat heb je vanochtend gegeten?
    Ik heb gegeten vanochtend heerlijke croissants.
    Ik vanochtend heerlijke croissants heb gegeten.
    Ik gegeten heb vanochtend heerlijke croissants.
    Ik heb vanochtend heerlijke croissants gegeten.
 
Kies de goede structuur.
    Woon jij ook in Amsterdam?
    Jij woont in Amsterdam ook?
    Woon in Amsterdam ook jij?
 
Kies de goede structuur.
    In Rotterdam Marc studeert?
    Studeert Marc in Rotterdam?
    Studeert in Rotterdam Marc?
 
.................. je een cadeau gehad?
    Word
    Heb
    Is
 
...... je een huis gekocht?
    Heb
    Koop
    Ben
 
.................. jullie een mooie film gezien?
    Worden
    Hebben
    Zijn
 
...... jullie naar de film geweest?
    Zijn
    Worden
    Hebben
 
.................. je naar Amerika gegaan?
    Word
    Ben
    Kun
 
Kies de juiste prepositie.
U kunt kiezen uit: aan - in - naar - op - voor
Ik woon Amsterdam.
Henk gaat de cursus.
Joke woont een eiland.
Hij loopt niet achter, maar mij.
Ik denk mijn tante in Zwitserland.