Taalniveautoets Nederlands
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Sinds heeft ze lenzen, ziet ze beter.
    Sinds heeft ze lenzen, ze ziet beter.
    Sinds ze lenzen heeft, ziet ze beter.
 
Is dat de vrouw ...... je vaak belt?
    dat
    die
    haar
    Ik weet het niet.
 
Ik vind het netjes dat je je aan de buurvrouw
    voorstelt
    stelt voor
    voorstellen
 
Hij begint...
    om te schreeuwen
    schreeuwen
    te schreeuwen
 
Ik ........ naar Nice gereden met de motor.
    heb
    ben
    bent
 
In welke zin staan de woorden in de goede volgorde?
    Zolang we in Amsterdam wonen, hebben we geen auto nodig.
    Zolang in Amsterdam we wonen, hebben we geen auto nodig.
    Zolang we in Amsterdam wonen, we hebben geen auto nodig.
 
Wij ..... niet lang gefietst.
    hebben
    zijn
    waren
 
Het is niet meer mogelijk om aan deze cursus
    te deelnemen
    deel te nemen
    deelnemen
 
Welke zin is goed? Ik heb mijn vakantie in Frankrijk
    doorgebracht
    doorbracht
    bracht door
 
Wij ...... gisteren naar Amsterdam geweest.
    hebben
    zijn
    hadden
 
Vorig jaar ..... we een keer naar Parijs gegaan.
    hebben
    zijn